Familie Dumont
Bijna 220 jaar een bekende familie in Bocholtz, maar ook in St.Geertruid, Mheer, Breust, en Vaals.

Genealogie en onderzoek; André Dumont, Oss, © 2003,
Onderzoek: drs. Lambert Dumont, Kerkrade.


Deel I; België

Ze wonen in bijna alle Limburgse gemeenten tussen de Maas, Duitsland en België onder de lijn Maastricht en Heerlen. De familie droeg een Franse naam. Maar waar hij vandaan kwam, dat wist de generatie van de 19e en 20ste eeuw niet.

De een vertelde een verhaal, dat een Franse wapensmid uit het leger van Napoleon zich gevestigd had in Vaals. Een ander sprak over relaties met mijneigenaren in de Borinage. Ook circuleert er een (commercieel ) boekwerkje, dat veel naam- en adressenbestanden van de familie Dumont bevat. Daarin wordt gesuggereerd, dat de naam afkomstig is uit Bourgondië. Het is allemaal onjuist maar had ook kunnen kloppen. De naam Dumont kan uit Frankrijk zijn gekomen, overal kom je plaatsnaambordjes tegen met Mont. Elke heuvel die 25 m boven het terrein, met of zonder bebouwing, uitsteekt noemen de fransen uiteindelijk een Mont. Wat absoluut niet waar is, is de onzin die vermeld is in het boekje van de firma Heraut uit Rotterdam en recentelijk ook onder een andere naam uit Antwerpen. Het echte verhaal van de Limburgse familie begint in België voor zover nu bekend omstreeks 1480 met een Cloes Du Mont.

Wegwijzer naar Mont. Vlak boven Verviers in België ligt het plaatsje Dison. Terzijde van Dison ligt het buurtschap Mont. Dit buurtschap is de naamgever aan de familie. Het is niet zo vreemd, dat de achternaam van de familie is ontleend aan de plaats waar ze vandaan komen. We kennen dit verschijnsel ook in Nederland. Het waren mensen van Mont, in het frans “peuple de Mont”. Later is het een patroniem geworden en verbasterd van de Mont naar du Mont en tenslotte Dumont. Ook zijn er de fonetische varianten van Dumong, Demon en Demong in de kerk- en notarisregisters vermeld.

Het plaatsje Mont doet zijn naam eer aan. Het is een forse helling in de Ardennen met een stijging van 10% en een afdaling van 17%. Op de top ligt het kleine kerkgehucht Mont. Het heeft tegenwoordig alleen een woonfunctie, maar in de 16de en 17de eeuw moet hier toch enige land- en bosbouw van betekenis zijn geweest. Het dorp-kerkgehucht omvatte in 1770 -1800 totaal volgens de Ferrariskaart, 20 woningen en 1 kerkgebouw. Veel voorouders van de familie hadden dan ook als beroep, landbouwer, smid, dagloner en dienstmeid.

De familie Dumont heeft zich verspreid over de dorpen rondom Mont. In het “land van Herve” tref je in ieder dorp wel een rijtje Dumont in de telefoongids. De naam komt als 32e op de Belgische lijst van familienamen voor. Er zijn 3 geografische gebieden waar de familienaam het sterkst vertegenwoordigd was en nog is in België, 1/ in de driehoek Namen-Mons-Brussel ca 60%, 2/ ten oosten van Luik ca. 20% en 3/ tussen Mons en Kortrijk ca. 10%. Van de periode tussen 1480 het vermoedelijke geboortejaar van Cloes Du Mont en 1600 liggen circa 100 kopieën van akten nog te wachten op het ontcijferen en inpassen in de legpuzzel van wie hoort bij wie. Veelal beschreef de pastoor alleen maar de naam van het kind, de voor- en familienaam van de vader, de namen van de doopgetuigen en of het een wettelijk of een illegaal kind was op. De naam van de moeder was niet relevant en vaak ook niet vermeld. Voor de genealoog is het dan alleen maar te ontcijferen door meerdere bronnen te raadplegen om te weten wie bij wie hoorde en tot welke tak van de familie.

Geboorteakte. Vanaf 1600 tot 2002 hebben we nu een bijna geheel compleet overzicht van alle takken van de stamboom. De eerste Dumont, die met zekerheid in de familiegeschiedenis past is Pirotte Dumont, op † 22-01-1686. Deze Dumont is molenaar op de ban-molen welke verbonden moet zijn geweest met het kasteel van Bolland en gehuwd met Catharine Gillemart † 05-03-1696. Dochter van de molenaar Henri Gilmart en Anne Hardy uit Jupille. Zij wonen in het plaatsje Bolland op 12 km boven Mont en heeft zeker 2 zonen, Jean vermoedelijk *1651, met zekerheid is te zeggen dat hij in 1721 is overleden, oud 70 jaar. Jean trouwt in 1677 met Anne Du Bois * 1651 de dochter van André Du Bois uit Dalem.

Zij krijgen in 1678 hun eerste kind Catherine. In de doopakte staat vermeld dat de doopheffer “Henri Dumont, zoon van Pirotte Dumont” was. De opmerking van de pastoor bevestigd dat er minstens 2 zonen waren. Er zouden nog 6 kinderen volgen tussen 1678 en 1694 bij Jean en Anne. Zijn broer Henri, is in 1660 geboren. In meerdere akten staan vermeld dat ze beide ook molenaar in Bolland waren. Recent is er een e-mail bij mij binnen gekomen met gegevens over Pirotte en Catharine Gillemart waarin staat vermeld dat er 11 kinderen zouden zijn. Dit is echter onjuist. Bolland is nu een lieflijk kasteeldorpje, deel uitmakend van de gemeente Herve, maar in de 17de eeuw zelfstandig vallend onder de (recht)bank van Herve. Het was een flink dorp met betekenis in de landbouw en de spijkerindustrie.
Comt des Lannoij Seigneur des Bolland

De familie staat op goede voet met de adellijke bewoners van het kasteel, want de, “Tresnoble et genereux Seigneur Adrien Gerard Seigneur des Bolland Comt des Lannoij Seigneur des Bolland”
was de doopgetuige bij de kinderen van Jean en Anna. De kinderen leven allen in Bolland verder, waar ze ook later overlijden. Deze tak heeft dan ook geen verbinding met Nederland.

Het is opmerkelijk dat in enkele akten die zijn ingezien tijdens het zoeken sprake was van een Baronesse A J.TH.Cl. de Bocholtz, comtesse de Lanoy als doopheffer.
Henri Dumont *1660 en in 1694 -1695 overleden, was in 1687 gehuwd met Catherine Hackin †1698. Hun eerste kind, dochter Catherine, is in december 1687 geboren en overlijdt in 1698, 2 maanden voor de dood van haar moeder. Bij de geboorte van zoon Henri in 1695 staat vermeld “Feu”, de oud-Franse benaming voor “wijlen”, bij de vader. Net op het nippertje is deze voorvader nog verwekt. Voor de geboorte overlijdt de vader waarschijnlijk aan de gevolgen van de in die tijd heersende difterie- en pokkenepidemie. Het kind is op 3 jarige leeftijd al een weeskind. Of vader Henri tot zijn dood in Bolland is gebleven is niet bekend. Van zijn overlijden is nog geen vermelding gevonden. Onderzoek van de notarisakten zal moeten uit wijzen hoe het verder ging met de wees, wie zijn mombeur (voogd) was, waar hij opgroeide etc. In 1721, net meerderjarig trouwt zoon Henri met Martine Halleux. Zij komt ook waarschijnlijk uit Bolland. Dit is af te lijden uit de geboorteakten van haar 3 zussen. Tot op heden is maar eenmaal de naam Martine Halleux opgedoken en wel in 1703. Dit zou inhouden dat ze pas 18 jaar was bij haar huwelijk. Een bevestiging dat het om de juiste Martine gaat is er nog niet. De geraadpleegde zeer uitgebreide genealogie van de familie Halleux geeft ook geen sluitend bewijs. Wel zijn er vijf kinderen geboren en gedoopt in de kerk van Bolland. Henricus, *1721, Christine *1723, Catherine *1726, Joannes Lambert *1729, en Martine Josepha *1732. De voor ons belangrijke (Nederlandse) doorgaande lijn loopt via: Henricus Dumont * 1721- †1806 en Joannes Lambert *1729. Een recent gevonden notariële verkoopacte van de 2 molens moet opheldering geven wanneer de Vader Henri met zijn vrouw en kinderen naar Nederland zijn gegaan. Dit zal omstreeks 1732-1733 zijn geweest. Immers Martine Josepha is, volgens de inschrijving in het parochieregister op 17 april 1732 nog in Bolland geboren. Of ze moeten voor de geboorte zijn terug gegaan. Vader Henri verhuist met zijn gezin naar het huidige Zuid-Limburg. Zoon Henricus zien we terug met twee zussen in Sibbe, Joannes Lambert zijn broer en een zus zien we terug in de kerkboeken van Mheer. Niets bijzonders, mensen verhuizen wel eens vaker. Maar…. te bedenken is dat de bewoners uit die kleine dorpjes in de Ardennen als zeer honkvast en familiegebonden werden gekarakteriseerd, dat de afstand naar Sibbe en Mheer meer dan een dag gaans is, dat de verhuizing een verhuizing over de taalgrens is en gaat van Oostenrijks- naar Staatsgebied. Is er een familierelatie met Joannes Dumont en Anna Offermans die hun dochter Fransisca laten dopen op 6 februari 1705 door de pastoor van Breust. Kon Henri als (hoef)smid gaan werken op het Sibberhuis, het “ Viljaertsleen”. In het Sibberhuis is een wapen aanwezig van Pastoor George Dumont afkomstig uit Bas-Oha. Een plaats ten zuiden van Luik aan de maas. Mijn inziens zijn er geen aanwijzingen die rechtvaardigen dat er familiebanden waren. Het Sibberhuis is door een Paul Dumont aangekocht in 1694 en na vererving in 1696 weer verkocht door de genoemde George en zijn zuster Margaretha Dumont. Ik baseer mij op; een tijdsverschil van bijna 30 jaar tussen verkoop en aankomst in Sibbe, en op het feit dat in de familie nooit de voornamen Paul en Margaretha voorkwamen en George maar 1x in 1725, als zoon van de zoon van Jean Dumont.

Voor de duidelijkheid zal de lijn naar Bocholtz via de voorouders van de schrijver worden gevolgd en eventueel later de lijn naar Mheer.

Voor het eerst komen we de familie in de kerkboeken van 1753 weer tegen in Laurensberg / Richterich bij Aken. De zoon Henricus geboren in 1721 in Bolland heeft een relatie met Anna Elisabetha Janssen, dochter van Dionisius Janssen en Anna Starmans uit Sibbe bij Alt -Falckenbourg nu Oud-Valkenburg. Anna Starmans *02-08-1704 was de dochter van de ongehuwde Maria Vollers die 4 maanden later alsnog met Thomas Starmans in 1704 trouwde en haar wettigde zoals in de kantlijn van het kerkboek is vermeld. Ook dochter Anna was er vroeg bij, reeds op 14 jarige leeftijd huwde zij op 09-01-1718 met Dionisius Janssen uit Hillesbergh de vader van Anna Elisabetha.

Er is een misverstand ontstaan bij de nazoekers van de familie geschiedenis, Henricus Dumont en Elisabetha Janssen woonden niet, “met vleselijke gemeenschap hebbend” ongehuwd samen, ze zijn op 18 oktober 1753 in Laurensberg/Richterich getrouwd, zij was toen al 3 maanden zwanger van haar eerste kind Johannes Henricus. Waarom de pastoor Leo Kreuz dan ook in de doopakte vastlegt dat de zoon illegaal en een onecht / bastaard was is niet geheel duidelijk. De pastoor is zeer consequent en volhardt hierin bij alle nakomelingen van Henricus en Elisabetha die in Alt-Falckenbourg zijn gedoopt. Waarom in Laurensberg/Richterich getrouwd. Ook weer een raadsel, een motief zou kunnen zijn dat de weg van Luik naar Aken in die tijd is aangelegd en Henricus daar aan heeft gewerkt. Ver weg van zijn geboorteplaats Bolland en zijn nieuwe woonplaats. Het doopbewijs en de toestemmingsbrief bij de pastoor uit Bolland halen om kerkelijk te kunnen trouwen was enkele dagreizen gaans. De ijzeren rijnspoorlijn lag er in die dagen nog niet. Mogelijk dat ze in Laurensberg/Richterich niet zo nauw keken en geen lastige vragen stelden. Ook is er iets voor te zeggen dat de vader van Elisabetha oorspronkelijk uit Hillesbergh afkomstig was en dus zijn familie dichtbij was. Henricus en Elisabetha krijgen 6 kinderen waarvan er 5 in Oud-Valkenburg worden geboren en gedoopt, Joannes Henricus *1754, Dionisius* 1756, Leonardus, *1759, en de tweeling Anna Christina en Martina,* 1766. In 1769 wordt Johannes Hubertus in Vaals gedoopt. Hier is door de pastoor in de geboorte akte geschreven “legitieme zoon van”. Was de pastoor gemakkelijker en vroeg niet naar een doopbewijs en trouwakte uit verweggiestan Bolland en Laurensberg. In ieder geval, voor de komst van Henricus en zijn familie was er geen Dumont bekend in Vaals. Of gold toen ook al wat je niet weet telt niet.

Vaals 1800 Vanuit Sibbe was de familie (de latere Bocholtzer-tak) in 1769 naar Vaals verhuisd. Ze gaan wonen direct naast kasteel Bloemendaal aan de rechterkant. Het gaat hen goed De verhuizing naar Vaals heeft wellicht te maken met de sterk opbloeiende industrie in Vaals en de behoefte aan vaklieden als smeden, metselaars, lakenwevers etc. In Vaals is Henricus werkzaam als smid maar het kan ook naaldenmaker zijn geweest bij een van de naaldenindustrieën.

De groep immigranten is in de burgerlijke stand door de dan aan de macht zijnde Franse overheersers als bewoner van huisnummer 1 opgenomen. Stamvader Henricus overlijdt in 1806 in Vaals. In de burgerlijkstand opname van 1807 staat hij niet meer vermeld. Stammoeder Elisabetha woont als weduwe vermeld in bij haar dochter Anne Christina, die gehuwd is met Jean Pierre Bindels, een boer uit Vaals. Naast hen zal Martina hebben gewoond gehuwd met de kleermaker Leonard Braun en hun 5 kinderen. Zij wonen zover is na te gaan rechts naast kasteel Bloemendaal, in de eerste 2 woningen als je uit Lemiers Vaals binnen komt. Dit zou goed overeenkomen met de Trachotkaart van 1800. Er is nog al wat grond rondom deze woningen aangegeven, wat nodig was voor de 4 koeien die ze samen bezaten. Waar Henricus zelf heeft gewoond als smid is niet duidelijk, wel is er een testament uit 1840 van zijn zoon Leonard die een smederij in Vaals had.

“Een huis met een schmit en mestplaats gelegen te Vaals, palend oost eene vaart, west Jan Coiter Bindels, zuid den straat, gerot te zamen aan maate eene roeden zes en tachtig ellen vierkant”. Mogelijk was dit de andere woning en was deze eerst van hem.

De kinderen van Henricus blijven niet allemaal in Vaals wonen. Joannes Henricus vinden we terug in Gulpen. Hij is getrouwd met Maria Josepha Ploumen en later met Maria Catharina Stillen of Stijlen. Met hun kinderen hebben zij geen geluk. Het eerste wordt dood geboren en de 2 anderen overlijden als ze 12 en 8 jaar oud zijn. Er is dan nog maar 1 kind over in deze tak, Johannes Winandus *1783. Van hem is verder niets bekend tot op heden. Joannes Henricus zelf overlijdt in 1801.

De familielijn gaat verder met Dionisius Dumont * 1756, + 1824 Dit is de tweede zoon van Henricus en Anna Elisabetha. Hij is geboren in Sibbe, opgegroeid in Vaals, en samen met zijn oudste broer heeft hij gewerkt in Gulpen waar hij ook woonde. Hij leert een meisje uit Bocholtz kennen, Anna Catharina Kouchs * 1756 als dochter van Andreas Kouch (de schrijfwijze Kocks is gevonden bij de kerkelijke huwelijksakte, maar ook Hoch Cocks en Koch zijn bekend) en Maria Catharina Merkelenbach, beide vermoedelijk in Simpelveld gedoopt . Hij trouwt met haar in 1783 in Simpelveld, de pastoor ondertekend de trouwakte met “Testor aug. Sougnez pastor in Simpelveld npp” Over de trouwakte valt nog op te merken; De leden van de familie Dumont tekenen met hun naam, of ze kunnen schrijven betwijfel ik, Dionisius ondertekent met Dúmon en de getuige, zus Martina tekent met twee streepjes op de u van Dumon, beide een fonetische schrijfwijze van de franse naam. Hebben ze er voor de gelegenheid op geoefend?. Bij getuige Martine is duidelijk te zien dat ze niet vaak iets schrijft. De bruid zelf zet een kruisje. Hij gaat bij haar ouders inwonen in Bocholtz en sinds die tijd zijn de Dumont’s al bijna 220 jaar lang niet meer weg te denken uit Bocholtz.

Deel II; Bocholtz

Eind 18de
eeuw is Bocholtz nog geen zelfstandig dorp. Het valt onder de parochie Simpelveld. Het is een afgelegen geïsoleerd, agrarisch gebied met verspreide gehuchten. Wie kent ze niet; deGemeente Bocholtz 1750, Viehwei, Vlengendaal, Baneheide, Broek, den Paum, Overhuizen, Prickart,en kasteel de Bongard. Dionisius woont in wat genoemd werd de “Viehwei”, ongeveer ter hoogte waar nu de schoenmakerij van Wim Dumont is. Dionisius Dumont zou werkzaam zijn als smid op de hof Vlengendaal. Al heb ik hier voor geen bevestiging gevonden ook niet in het boek van Guus Herbergs over Vlengendaal. Henricus Groeten is in die tijd de pachter van Vlengendaal. Deze hoeve is een van de oudste en bekendste hofstede in Bocholtz, zij is al vermeld in 1571. In het veld tegenover de hoeve Vlengendael staat een schuurtje, dat zou de smidse van Dionisius zijn geweest. In verband met brandgevaar mocht de werkplaats met open vuur niet in de gesloten hofstede gebouwd worden. Hij heeft een vruchtbaar, werkzaam leven en een groot gezin, 6 jongens en 3 meisjes, geboren tussen 1784 en 1799, waarvan zeven kinderen overleven. Kindersterfte was in die tijd van armoede, besmettelijke ziekten en onhygiënische leefwijze gewoon. Grote gezinnen zijn ook later een kenmerk voor de familie Dumont. In de 20e eeuw kon dat oplopen naar 17 kinderen in een gezin. Velen bleven in Bocholtz wonen. Dionisius is op 29 juni 1824 om 5 uur ‘s middags in de “Viehwei” overleden, op 72 jarige leeftijd. Opmerkelijk is dat daarna in de lange geschiedenis van de familie de voornaam “Dionisius” bijna niet meer voorkomt. Onbemiddeld was de familie ook niet. Als smid moet hij goed hebben geboerd, In zijn testament na zijn overlijden laat Dionisius Dumont diverse percelen land na waaronder een flinke lap grond, die reikte vanaf de Viehwei tot aan de Steenstraat. Op dit perceel zijn later diverse woningen gebouwd waarin nazaten hebben gewoond. Andere bekende stukken liggen aan de Aakenweg, de Krichelberg, een deel van de Stevenweide. Totaal zijn 21stukken grond en zijn huis beschreven, met een erfeniswaarde van ƒ664,00, Hierbij wordt opgemerkt dat dit de helft is van de echte waarde, Dionisius en Catharina Kouch waren in gemeenschap van goederen gehuwd. De nalatenschapswaarde bedroeg dan ook het voor die tijd formidabele bedrag van ƒ1324,00. De in leven zijnde kinderen, Andreas, Joseph, Hendrick, Leonard, Maria en Catharina kregen elk een kindsdeel van ƒ132,80. Ze waren voor die tijd wel rijk maar konden niet schrijven. Ook is het vreemd dat Andreas en Leonard ondertekende met een Dumond.

De lijn gaat verder in de oudste zoon Hendricus (Hindrigh) Dumont * 1784, † 1866. In de acte van houwelijck d.d. 22-10-1814 met de 26 jarige Anna Maria Hoffman *1788, †1823 is vermeld, oud 30 jaar en schonmacher van sijne profesion was. Het huwelijk duurt maar kort op 20-2-1823 is zij overleden en laat 3 kinderen achter. Hendricus is twee maal getrouwd, en wel , 1 jaar na haar dood hertrouwt hij zo als te lezen in de acte van Huwelijkh nr.28 d.d. 6-7-1824, 38 jaar oud (dit kan niet, het moet 40 jaar zijn, waarom smokkelde hij, ijdelheid of het leeftijd verschil) en nu schoenmacker en weduwenaar met de 24 jarige dienstmaagt Barbara Tennen. Dochter van Arnoldus Tennen en Catharina Gobbels. Zij zijn beiden geboren in Richterich. Opmerkelijk is dat zij overlijdt als Dennen. Schrijf fouten kwamen in die tijd vaak voor, Hij woont ook in de “Viehwei”. Uit deze 2 huwelijken komen 13 kinderen, 3 van Maria Hofmans en 10 kinderen bij Barbara Tennen, waarvan er maar zeven meerderjarig worden. Deze keer geen smid, hoewel Hendrik de oudste zoon was. Over zijn leven valt verder bijna niets te melden. Veel van de gegevens moeten in de akten van notarissen nog worden nagezocht, voorlopig is al het vinden van de juiste aansluiting van wie is van wie bijna een dagtaak. Blijkens zijn testament was ook Hinrich een bemiddeld man. In de memorie van aangifte van de nalatenschap zijn er dan nog 5 kinderen in leven. Willem, dit zal waarschijnlijk Johannes Wilhelmus zijn, ook metselaar van beroep, hij is gehuwd met de 21 jarige Maria Anna Hamers, trouwden in 1860 en krijgen 4 kinderen. Andreas Joseph, metselaar van beroep met Petronella Ortmans, oud 22 jaar, getrouwd in 1862, is in Bocholtz blijven wonen. Van Anna Maria * 1832 heb ik tot op heden alleen maar haar geboorte akte. Hoe het verder is gegaan met haar weet ik nog niet. Van Anna Catharina *1833 -† 1851 weten we dat ze op 18 jarige leeftijd is overleden op de Veeweij. Winand, dit moet Winandus zijn, getrouwd in 1864 met Maria Hubertina Schouwberichts geboren in Voerendaal, een 22 jarige dienstmeid, Maria Agnes, zij is de 2e met deze namen, haar zusje werd maar 16 maanden oud. Maria Agnes is de jongste dochter. Bij de geboorte-aangifte staat vermeld dat hij dan al 58 jaar oud is. Maria Agnes is in 1867 getrouwd met Wilhelmus Brauwers en krijgen 5 kinderen. In deze akte, de memorie van aangifte van de nalatenschap, staat dat het huis en erf op sectie A, nr. 1700 is gelegen, de tuin nr 1699 is. Voor zover ik het weet moet dat zijn, vlakbij de dikke kei in Bocholtz. Hij bezat verder bouwland op d’r Doeveberg, het Langveld en op Overhuise. En ook nog het vrucht-gebruik van een stuk grond op Patiels groot 10 roede en 70 el. Uit deze akte en de oude bevolkingsregisters kunnen we lezen dat er meerdere familieleden en hun nakomelingen hun heil in het toenmalige Pruissen (Aken, Kohlsheid, Laurensberg) hebben gezocht. Niet verwonderlijk de grens was uiteindelijk ook vlakbij en daar was (vaak) wel werk te vinden. Van vooral de “acte van versterf”, het overlijden, is niet terug te vinden in het archief van de voormalige gemeente Bocholtz. Dit archief is nu in Simpelveld ondergebracht. Waarschijnlijk zijn vele kinderen ook al in die tijd uitgevlogen naar andere gemeenten. Veelvuldig moet dan gezocht worden in de gegevens van andere gemeenten in het Rijksarchief Limburg in Maastricht. Het gevolg is dat je ze niet meer terug vindt of niet zeker weet of het de persoon is die je zoekt.

Hopelijk krijgen deze prachtig ingebonden akten onderdeel van ons cultureelerfgoed in het nieuwe gemeentehuis een betere plaats dan ze hadden in de archiefkelder van het oude gemeentehuis. Het zou toch jammer zijn dat dit moois verloren gaat door veelvuldig raadplegen en verkeerde opslag. Ik hoop dat alles nog eens op een moderne digitale-drager wordt geplaatst voor inzage en de originelen zorgvuldig worden bewaard in passende archiefkasten.

Van hun kinderen zullen dan ook nog veel nakomelingen zijn, veel heb ik er al gevonden, veel zullen er nog niet in mijn data bestand zijn opgenomen.

Dumont - Souberichs De familielijn volgen we verder met de jongste zoon Winand Dumont* 1840 - † 1899, Winand is metselaar van beroep. Na zijn huwelijk woont hij tien jaar in Voerendaal, maar na de dood van zijn vader komt hij inwonen bij zijn moeder in het huis op de Viehwei maar ook in de Kom zou hij hebben gewoond volgens het bevolkingsregister. Hij is getrouwd met Maria Hubertina Souberichs. Het paar krijgt tien kinderen, waarvan er zes overleven, dat wil zeggen meerderjarig worden. Winand is de eerste Dumont waarvan een afbeelding bestaat en in mijn bezit is. Een foto van hun 25 jarig huwelijksfeest in 1889. Als we afgaan op de gezichten op foto dan was het geen leuk feest. In het bevolkingsregister van 1850-1860 staat de aantekening dat hij al op 10 augustus 1860 is getrouwd. Dit zal onjuist zijn. De trouwakte no 7 d.d. 1864 is er duidelijk in. Zelfs het geboorte jaar van de vader is correct, 78 jaar is Hendrigh als zijn jongste zoon trouwt Hij is de gezamenlijk voorvader van de schrijvers (neven)van dit artikel. De kinderen van Winand en Maria Hubertina waren Hendrik *1865, †1866, Barbara Hubertina *1866, † ???. Bij haar huwelijk is het beroep dienstmeid opgegeven. Wat haar roepnaam is geweest, Berbel, Beb of Tien, is mij niet bekend. Zij was gehuwd met Gerard Josef Tets een knecht uit Voerendaal. Barbara Hubertina * 1867, † ???, waarschijnlijk was haar roepnaam de andere naam van Tien of Berbel. Van haar heb ik geen verdere gegevens dan dat ze om 19 uur in “De kom” in Bocholtz is geboren. Andreas, *1868,† 1951. Van beroep mijnwerker, maar in zijn trouwakte was het nog een voeger. Hij was gehuwd met Maria Anna Ackermans, een 31 jarige naaister uit Meerssen afkomstig. Uit dit huwelijk zijn 6 kinderen geboren. Benedict Joseph *1869,† 1879, als 10 jarige overleden. Hubertina Petronella *1871, †1876, als 5 jarige overleden. Jan Willem *1875,† 1942, is gehuwd met Jozefina Schiffeler uit Heerlen afkomstig. Van beroep is ook hij mijnwerker. Dit gezin is gezegend met 11 kinderen, gekregen tussen 1899 en1923. Van hen is ook bekend dat ze een korte tijd in Kohlscheid hebben gewoond en weer terug zijn gekomen naar Bocholtz. Hubertus *1877, †1956, is in 1903 gehuwd met Barbara Kohlen, met dit echtpaar vervolgen we later de stamlijn. Martinus *1878, †1879, Hij werd maar 11 maanden oud. Winand Joseph *1881, † ???, Hij is naar Essen gegaan en heeft daar Berta Quell, geboren in Hochlindenburg ontmoet en is met haar getrouwd. Van hun 5 kinderen zijn er 2 in Aken (Gertrud, Johan Gerhard) geboren. In 1916 zijn ze weer in Bocholtz gaan wonen op nr A47, en later op A50, waarschijnlijk was dit in de Kom, daar zijn de overige 3 kinderen geboren. Willem *1882, †1966. Is in1913 met Maria Baumgarten gehuwd.

Zij hebben na hun huwelijk op de Steen op D42 en later op D52 gewoond. Later werd dit Steenbergstraat 11 en het gouden huwelijksfeest is gevierd in 1973 op Steenberg 31. Willem was
Willem Dumont. mijnwerker van beroep. Op zijn bidprentje staat vermeld dat hij een vrome man was en vreugde vond in zijn groot gezin (van 17 kinderen). Van dit echtpaar zijn de meeste nakomelingen uit een gezin (in mijn database al 43 personen) die nu in Bocholtz en omstreken voorkomen. Hij versloeg zijn broer Hubertus (met 15 eigen kinderen) met 2 kinderen meer. Gelukkig reden begin 1900 nog niet veel auto’s in Bocholtz, alleen al op de Steenberg, speelden 32 kinderen uit twee gezinnen op straat. Van mijn vader weet ik dat er veel op straat werd gespeeld. Je moet er niet aan denken, zo als het er nu is met al dat geparkeerde blik op die hellende straat. Het is maar enkele jaren geleden (5/4/1990) dat er een foto in “de Limburger” stond over de gezamenlijke leeftijd van 1000 jaar nakomelingen van Willem en Maria Dumont-Baumgarten. Dit werd gehaald door 15 broers en zussen, rekenkundig “gemiddeld” 66 en een bietsje jaar oud. De jongste was Hein toen 56 en de oudste Tinneke van 75. Door het overlijden van Mia, enkele dagen voor dat de record poging weer zou worden werd herhaald in 2002, is het niet meer mogelijk om met de levende nakomelingen uit dit gezin weer in totaal 1000 jaar te halen. Dit waren de 11 nakomelingen van Winandus Dumont en geen 10 zoals eerder vermeld. Is er één van een andere Dumont of waren het er wel 11 en wordt een van de overleden kinderen niet mee geteld. Dat komt geregeld voor.

1000 jaar Voor de stamlijn gaan we terug naar de broer van Willem die jaren lang naast hem woonde op de Steenberg 29, Hubert Dumont *1877 +1956. Hubert is net als zijn vader Winandus metselaar. Ook is hij steenhouwer en geen mijnwerker (hij was voorman) op de mijn geweest. Als je de beroepen ziet van enkele broers en neven dan is het te begrijpen dat ze een bouwploeg vormen, die her en der huizen in opdracht of voor eigen rekening bouwen in Bocholtz . Van een ambachtsschool, vestigingswet, belasting en dergelijke had men nooit gehoord. Het vak leerde je van je vader of oudere broer Je begon als cementmaker, upperman (sjouwer) en als je timmerman moest worden later dan mocht je de kromme spijkers oprapen en rechtslaan. Hubert bouwt zo met zijn kompanen zijn eigen huis en van Willem zijn broer aan de Steenstraat 29-31. Ik dacht dat ze er nog meer woningen hebben gebouwd voor derden op het voorvaderlijk eigendom aan o.a. de Veewei. Er was daar Hubert Dumont ruimte genoeg. Ik kan me herinneren dat de tuin van de Steenberg doorliep tot halverwege de helling naar de Julianastraat, Tussenin lag nog een weiland en aan de Julianastraat de tuin van ook een Dumont, nu nog steeds de schoenmakerij van Willem Dumont. De situatie is geheel veranderd nu ligt er de Quelle met zijn bebouwing. Hubert is 26 als hij op 28 mei 1903 trouwt met Barbara Kohlen de net 23 jarige dochter van Peter Joseph Kohlen, metselaar en Anna Catharina Haagen. Zij zijn beiden geboren en getogen in Bocholtz. De vader van de bruidegom was al in 1899 overleden.

De persoonskaart uit 1939 geeft het adres Steenbergstraat H11 waar het jonge paar is gaan wonen. Dit is op 25 augustus 1955 vernummerd in Steenbergstraat 29 wat het nu nog heeft. Dit houdt in dat ze er 53 jaar hebben gewoond. Ik kan me van het huis herinneren; het vreselijk koude toilet, buiten op het erf naast de varkensstal. Het was niet meer dan een plank met gat boven de (varkensstront)put, met de in stukjes van 10x20 cm gescheurde krant als wc papier bijeen gehouden met een touwtje. Afgesloten met een deur die aan de boven- en onderzijde 20 cm te kort was en er was een hartje uitgezaagd. Voor de ventilatie!!. De lange gang met geschilderde imitatie marmerdecoratie op houtpanelen en zwart/witte tegels op de vloer met rode loper, de goeikamer, met het wit gehaakte kleed over de ronde tafel, ik ben er alleen maar in geweest toen opa er in 1956 lag opgebaard. In de goeikamer daar mochten de kinderen niet komen, daar werd alleen meneer pastoor en de dokter in ontvangen of iemand in opgebaard. En dan nog de immens grote woonkeuken. Hiervan weet ik nog de lange tafel. In mijn herinnering zeker 6 meter lang met aan de lange zijde de banken, zonder kussens. Op de kop de stoel voor Opa en aan het eind voor Oma, Na de hoogmis ‘s zondags moest er altijd gekaart worden door de bezoekers van opa en oma en wij mochten (moesten) dan stil zitten op de banken. Is het vreemd dat ik nog steeds niets moet weten van kaartspellen. Ook stond er een wit kolenfornuis met glanzend zilverkleurig gepoetste plaat. Links van het fornuis zat oma en rechts opa. Er boven op pannen zo groot als wasteilen, voor het koken van de groenten uit eigen tuin. Boven ben ik nooit geweest, Ik zou echt niet weten hoeveel slaapkamers er waren in het huis. Je kwam er alleen om te slapen of als je ziek was. Het moeten of zeer grote kamers zijn geweest of heel veel kleine. Tussen 14 maart 1904 en 29 oktober 1924 zijn er 15 kinderen geboren. Dit aantal is vermeld op de persoonskaart. Op het bidprentje staat 16 kinderen vermeld. Er zijn 3 jaren geweest tussen 1904 en 1924 waarin een miskraam mogelijk is geweest, in de overige jaren is er binnen 18 maanden de geboorte van een kind aangegeven. Ik houd het maar op de 15 (levende) Kinderen.

Familie Hubert Dumont Wie kent niet Maria Hubertina *1904 -†1984, het tiene, de oudste, getrouwd met J.H. Juneman, ze hadden jarenlang een levensmiddelen- en koloniaalwaren-winkel naast het oude gemeentehuis, Andreas *1903 -†1974, der dré, mijnwerker, steenhouwer, getrouwd met Maria Wilhelmina Kaldenbach, de dochter van Willem Nicolaus Kaldenbach en Antonia Faltynski geboren in Polen, die in 1905 van uit Burtscheid naar Nederland kwamen en een slagerij hadden op de Bongaarderweg 7. Hendrik * 1905 - †1972, der Hein beambte bij het waterbedrijf en getrouwd met Anna Marie Josefiene Schiffelers, bij velen beter bekend als het Fien. Zij woonden in Simpelveld en later ook in Voerendaal. Johan Willem *1907 -† 1961, mijnopzichter, getrouwd geweest met Maria Josepha Hamers, het Mina. Ze zijn later naar Terwinselen verhuisd en daar ook overleden en begraven. Joseph *1908 -† 2000, getrouwd met M.E. Rhoen, van hen heb ik maar weinig gegevens. Dan was er eindelijk weer een meisje, Barbara Hubertina , *1910 -† 2000, het Beb de kloosterlinge. Na een gruwelijke ervaring in het toenmalige Nederlands Indië heeft zij haar kloostergelofte afgelegd en is in 1946 in het huwelijk getreden met Lou Dewaer *1898 in voormalig Ned. Indië - † 1959. Willem,*1912 -†1992, der Wiel. Wiel is de vader van de huidige schoenmaker aan de “Viehwei”, inmiddels Julianastraat. Die woonde er als schoenmaker. Zijn zoon Wim (*1953) woont er nu in het ouderlijk huis. Ook hij heeft een schoenmakerij aan huis. Daarmee is zoon Wim de 6de generatie in 220 jaar wonen van de familie Dumont op de “Viehwei”. Deze schoenmakerij al jaren een bekend punt in Bocholtz. Hij is in 1940 getrouwd met Maria Huntjens. Willem Hubert, *1913 -† 1993 der Huub, bijna 30 jaren lang bij de douane, een van de ‘ tzolners, veel smokkelaars en stropers van toen zullen een onprettige herinnering aan hem hebben. Omdat hij 8 jaar geleden overleden is kan ik nu wel zijn ideale schuilplaats verklappen. Als hij nachtdienst had dan zat hij meestal een deel van zijn wacht uit bij de brug over de spoorlijn ter hoogte van de weg naar nu het industriegebied de” Beitel”. Daar stond een fors uitgegroeid wilgenbosje, met aan de onderzijde een stronk van de gekapte boom. Dat was ‘zijn’ plek, uitzicht naar alle zijden, met zijn groene warme cape om ,onzichtbaar gecamoufleerd, gezeten op de stronk achterover leunend tegen de dikke takken voor niemand zichtbaar, zag hij al van verre de stropers in het veld met de lichtbak en de smokkelaars beladen met boter en koffie uit Duitsland, over de weg aankomen die over de brug wilden. Huub was in 1941 na jaren van verkering toch nog plotseling met Barbara, het ‘Bettie’ Plessen , de oudste dochter van Henri Jozeph Marie Plessen en Maria Theresia Baumgarten getrouwd. Zo kon hij de “arbeidstinzatts” voorkomen, maar mijn oudste broer Huub kwam keurig na 12 maanden in 1942. Haar ouders hadden de slagerij aan het Wilheminaplein, deze is later voortgezet door wijlen haar zus Maria Jongen- Plessen gehuwd met Chris Jongen uit Eygelshoven. In 1971 heeft hij ontslag genomen als rijksambtenaar. Zijn huis, tafel, bed en prullaria verkocht en is samen met Bettie enkele jaren in een caravan gaan zwerven rondom de Middellandse zee. Na 4 jaren van rondzwerven, van kampeerplaats naar kampeerplaats, hebben ze zich 12 jaar lang gevestigd in Spanje. Helaas ging in 1993 zijn gezondheid snel achteruit en is hij overleden in Oss. Het Bettie heeft daarna vlak bij mij gewoond en is na mijn vertrek naar Frankrijk bij haar dochter gaan wonen in st. Geertruidenberg. In maart j.l. hebben we ook van haar afscheid moeten nemen. Het was haar uitdrukkelijke wens om nu naar papa en onze lieve Heer te gaan die hadden al lang genoeg op haar gewacht. Mijn moeder is 82 jaar geworden. We nemen de draad weer op met Winand Joseph *1915-† 1978, ook mijnwerker van beroep, gehuwd met Maria Hubertina Brulls, Zij zijn later naar Heerlen verhuisd. De ouders van Lambert Dumont *1952. Hij heeft voor mij veel “veldwerk” gedaan en uit zijn eerdere beschrijving van de familie zijn veel details overgenomen voor deze familiegeschiedenis. Na Winand is Jacob geboren in *1916- † ???, het enige wat ik nu weet is dat hij gehuwd is in 1942 met Josepha Pluijmakers, 3 kinderen had en naar Schaesberg is verhuisd. Eindelijk werd er weer eens een dochter geboren Gertrudis, *1917-† 1979 (door ongeluk) voor iedereen het Trautje. Zij is in 1943 gehuwd met Hubert Winkens. Na Gertrudis kwam er nog een meisje, Catharina *1919 - † ???, Volgens mij was haar roepnaam ‘het Keet’ die in 1946 is getrouwd met A. Crombach en naar Aken is verhuisd. Dan was er Henri *1920 - † 1973 is van beroep bankwerker en getrouwd met Hubertina Elisabeth Winands *1923. Van hen weet ik alleen dat hij is overleden in Eindhoven. In 1921 wordt Piet geboren, in 1945 trouwt hij met de zus van mijn moeder, Philomien Plessen, Wie in Bocholtz heeft gewoond heeft zeker ook kennis gemaakt met het vakmanschap van Piet. Jarenlang was hij banketbakker bij bakkerij Prevo. Hoeveel Limburgse vlaaien hij wel niet heeft gebakken voor de kermis, geboorten, begrafenissen en huwelijken, ik zou het niet weten. Ja wanneer eet een Limburger geen vlaai, Ik heb als antwoord gekregen; as hè doe-et is. Piet is de laatste nog in leven zijnde jongen van de 10 jongens. Als jongste is Maria Christina,* 1924, het Tiny geboren, zij heeft lange tijd bij haar ouders ingewoond op Steenberg 29, Zij was getrouwd met D.F.H. Engelbert Jaminon, van beroep schoenverkoper bij de Vroom en Dreesman in Heerlen, Als ik het goed heb woont ze nog in het bejaardenhuis in Bocholtz. Deze 10 jongens en 5 meisjes weerhielden de diepgelovige Hubertus, lid van de H. Familie, afdeling mannen en Barbara er niet van ook nog tijdelijk plaats te maken voor twee halfwezen, twee neefjes, die twee jaar mee ingewoond hebben. Hubert is een sociaal-geëngageerd man. Hij was voorzitter van het armenfonds de Vincentiusvereniging en hij is actief in de gemeentepolitiek van Bocholtz, waarvan jarenlang wethouder. Hij wordt op last van de Duitse bezetter, als oudste lid van de gemeenteraad, waarnemend burgemeester, als burgemeester Houbiers moet vluchten. Dat is een zware tijd geweest voor het gezin omdat voortdurend gelaveerd moest worden tussen enerzijds loyaliteit aan en bescherming van de dorpsgenoten en anderzijds de dwangbevelen van het Duits militair commando. Ook de familie is hierdoor niet geheel ongeschonden uit de oorlog gekomen. Naar verluid zou hier in ook een bron van oorsprong liggen van enkele familieruzies. Die in de familie Dumont jarenlang kunnen voortduren.

De vijftien kinderen zijn niet allen in Bocholtz gebleven. De mobiliteit werd groter, de opleiding en werkgelegenheidsmogelijkheden meer divers. De kleinkinderen van Hubert zijn al helemaal over Nederland verspreid geraakt, ook treffen we hen aan in Canada, New Zeeland en Engeland. De meesten hebben nog maar weinig binding met Bocholtz.

Onze eigen stamlijnen gaan door zoals vermeld bijWinand Dumont*1915, †1978 met de jongste zoon Lambert * 1952 en zijn kinderen Betty en Berry, en bij Huub Dumont *1913 - †1993 met als 3e zoon André en zijn kinderen Marco en Ester de moeder van ons eerste kleinkind "Nora", geboren op 9 oktober 2002. Op 15 september 2004 heeft zij ons verblijd met ons tweede kleinkind "Iris" een wolk van een meisje.

Deel III: De overige nakomelingen van Hendrigh Dumont en Barbara Tennen in Bocholtz. (in onderzoek, publikatie volgt z.s.m)

Deel IV: De Maastrichtse kant. (Globaal gezien tussen Mheer, Breust, Eisden en Maastricht is ook in onderzoek, publikatie volgt z.s.m.)

Na woord

Er is in het nog steeds in zeer goede staat verkerend archief van Bocholtz in het Gemeentehuis Simpelveld maar weinig te vinden waar de kinderen zijn overleden. (recente gegevens zijn nog niet openbaar) Je mag daar uit de conclusie trekken dat zij in een andere gemeente zijn gaan wonen. Om alle gegevens te completeren zou ik graag allen die nog gegevens hebben over de familie willen vragen deze ter beschikking te stellen. U mag er van uitgaan dat er veel (in leven zijnde) nakomelingen zijn van Henry en Jean Dumont uit Bolland en de overige takken aan de zeer uitgebreide stamboom van de familie Dumont. Om reden van privacy worden ze niet vermeld. Zij zijn wel voor zover zij mij toestemming hebben verleend (door de vragenlijst retour te zenden) vermeld op Stamboom familie Dumont , waar de (bijna) gehele stamboom is in te zien.(1600-2004)

Genealogie; André Dumont, Oss, Onderzoek historie; drs. Lambert Dumont, Kerkrade©2003

Heeft u voor mij meer informatie over de familie, zend een e-mailbericht naar: Dumont André

Naar begin

Homepage